De geur van traangas

‘Ruik je die zoete geur?’ vraagt een van de deelnemers terwijl we over het terrein van onze trainingslocatie lopen.
‘Ja,’ antwoord ik.
‘Weet je wat dat is?’ vraagt ze.
Ik zeg: ‘Nee. Bloemen?’
‘Dat is de geur van traangas’

We waren de afgelopen weken aan het werk in Palestina. In Beit Jala om precies te zijn. Area C, voor de goede verstaander. Voor de minder ingevoerde: bezet gebied, onder gezag van de Israëli. Om de hoek lag area A, ook bezet gebied maar dan onder controle van de Palestijnse autoriteiten. Dit om even toe te lichten waar de geur van traangas vandaan kwam. Een paar kilometer verderop, bij checkpoint 300 (dat area A scheidt van de zogenaamde Israëlische gebieden) was het regelmatig onrustig. Jongeren gooiden stenen en de soldaten reageerden met traangas.

Gek, hoe dat zo dichtbij en tegelijkertijd ook zo ver weg kon zijn. Wij gaven ondertussen namelijk onze training op een plek die een oase van rust was, boven op een berg die aan de ene kant uitkeek op een Palestijnse vallei en aan de andere kant over Bethlehem. En opvallend genoeg drong wat een aantal kilometer van ons verwijderd gebeurde nauwelijks door in onze trainingsruimte, waar we met een groep Palestijnse jongvolwassenen aan het werk waren.

Doel van dit project was om de methode die we de afgelopen jaren ontwikkelden over te dragen, zodat meer en meer mensen als facilitator storytelling workshops kunnen gaan initiëren en organiseren in hun eigen omgeving. Liever dat zij dat doen dan dat wij uit Nederland worden ingevlogen om ons kunstje even op te voeren en vervolgens weer te vertrekken. Op die manier proberen we ons werk te verduurzamen.

Of we die doelstelling bereikt hebben, zal over een tijdje blijken, maar de eerste tekenen zijn positief. Allereerst werkten we met een zeer gemotiveerde groep mensen, die benieuwd naar Beit Jala kwamen en compleet overtuigd van de kracht van verhalen en vertellen de training weer verlieten. Vol plannen om in hun eigen buurt, op hun eigen school of in hun eigen centrum met storytelling aan de slag te gaan.

Wij hebben ondertussen ook het gevoel dat we ze in tweeëneenhalve week een stevige basis hebben kunnen meegeven. Inmiddels hebben we onze werkmethodiek zo goed uitgewerkt, verdiept en opgeschreven, dat we ‘m steeds makkelijker kunnen overdragen en mensen de handvatten en gereedschappen mee kunnen geven om zelf workshops te geven. Een week geleden gooiden we onze Palestijnse studenten voor de leeuwen, door ze te vragen om een les te geven op de naastgelegen school. Zelf zaten wij, de trainers, op een tafeltje achterin het klaslokaal om te kijken hoe ze deze Palestijnse pubers aan het luisteren en vertellen zouden krijgen. En we zagen dat het goed was. Hoewel we nog wat kleine op- en aanmerkingen hadden, waren we vooral trots dat onze deelnemers na twee weken al zo’n goede workshop konden geven.

Persoonlijke verhalen stonden centraal in deze training. Iedere deelnemer moest ook aan een persoonlijk verhaal werken om te ervaren wat de kracht ervan is. We hoorden opnieuw hele mooie verhalen, verhalen die raken. Over problemen, over het er doorheen zitten en het er weer bovenop komen. ‘Blijf jezelf, volg je hart,’ dat was de boodschap van vrijwel ieder verhaal. Dat is overigens vaak het geval als je met jongvolwassenen werkt. Echter, dit was niet een groep jongvolwassenen die in het westen groot werd. Dit waren mensen die dagelijks geconfronteerd worden met beperkingen en soms zelf met geweld. Iedereen in de groep heeft wel een familielid of een vriend in de gevangenis. Of iemand verloren in het conflict. De meesten mochten het checkpoint onder aan onze berg niet passeren naar de andere kant. En twee van hen, broer en zus, werden halverwege de training geconfronteerd met het feit dat hun neef, vijftien jaar oud, midden in de nacht van zijn bed gelicht werd. Hij had een steen gegooid.

Maar in hun eigen verhalen kwam dit nauwelijks naar voren. Ze wilden niet met het conflict, dat hun constant omringt, bezig zijn. Ze willen leven, zoals iedereen. Daarom geloven we dat als zij hun buren, vrienden en stadsgenoten uitnodigen om hun verhalen te delen, er hele mooie verhalen naar voren zullen komen. Verhalen van hoop, over persoonlijke ontwikkeling en over kracht.

‘Vanuit slachtofferschap is zelden iets moois voortgekomen, vanuit zelfvertrouwen en trots wel,’ schreef ik anderhalf jaar geleden in een van mijn blogs. Na bijna drie weken training geven in Palestina ben ik hier nog meer van overtuigd en heb ik dit nogmaals met eigen ogen mogen zien en ervaren. Zelden ben ik zo trots geweest op een bijzondere groep broers en zussen, om in de Arabische retoriek te blijven.

Daarvoor neem ik de geur van traangas graag voor lief.