Helden in de woestijn

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik het eerste kwartier geen flauw idee had wat ik aan het doen was.

Een half uurtje eerder parkeerden we onze auto bij een schoolgebouw in Kseifa, een Bedoeïenen-dorp in het zuiden van Israël. Een stoffige plek, omringd door nederzettingen met huizen opgetrokken uit golfplaten, houten pallets en tentdoek.Kleine ‘dorpjes’ die niet erkend worden en waar niemand veel om geeft, behalve de trotse bewoners. De Bedoeïenen zijn misschien wel de meest achtergestelde bevolkingsgroep in dit land waar het sowieso niet zo heel best gesteld is met gelijke rechten.

Oorspronkelijk een rondtrekkend volk, nu meer en meer gedwongen om te wonen in speciaal daarvoor opgetrokken dorpen en steden, midden in de woestijn. Om ze te controleren. Ver verwijderd van hun vee. Een volk dat zijn identiteit volledig kwijt (aan het raken) is, dat volstrekt niet meedoet in de maatschappij en dat lijdzaam moet toekijken hoe één van hun dorpen met de grond gelijk gemaakt wordt, met twee doden tot gevolg. Om plaats te maken voor andere bewoners. Om of de aandacht af te leiden van het corruptie schandaal van meneer Netanyahu, die zich de Minister President van dit land mag noemen.

Helemaal lijdzaam wordt er overigens niet toegekeken. Het was al dagen onrustig in deze regio toen we er aankwamen en ook wij moesten omrijden omdat wegen uit voorzorg afgezet waren. Achteraf had ik dat er graag voor over.

Want wat bracht ons op die school? We waren gevraagd om een storytelling workshop aan één van de klassen te geven. Hoewel ze niet helemaal wisten wat wij met storytelling bedoelden, waren ze via onze contact persoon Ronni geïnteresseerd geraakt. Ze wilden graag zien wat wij met verhalen, vertellen en luisteren doen en waren benieuwd wat we met hun leerlingen konden bereiken.

Die zaten al klaar in een cirkel toen we de klas binnen kwamen. De meisjes rechts en de jongens, veel minder in getal, links. Contact tussen de seksen ligt in deze conservatieve regio gevoelig. Natuurlijk werd er een beetje gegiecheld toen we binnenkwamen. Een lange, stevige blanke man uit Nederland, met een jonge vrouw met krulhaar en een Palestijn met een soort Russische bontmuts op zijn hoofd in zijn kielzog, betrad opeens hun klas. Dat gebeurt zelden of nooit.

Na geïnformeerd te hebben of iedereen goed Engels verstond, wat niet het geval bleek, begonnen we met de oefening van elkaar vertellen over hun naam. Voor de zekerheid ook maar even in het Arabisch vertaald, door Anas, met wie ik de workshop gaf. Voorzichtig kwam het gesprek op gang. Vervolgens legden we ze uit waarom verhalen en vooral hun verhalen zo belangrijk zijn en lieten we improviseren door een verhaal af te maken.

Opeens ging de bel.

Vijftien minuten pauze. Niet helemaal verwacht, maar vooruit. Het gaf ons de gelegenheid een kop koffie te halen in de docentenkamer. Inmiddels was onze aanwezigheid als een lopend vuurtje door de school gegaan en we werden aangesproken door een andere docente. Of we ook in haar klas een workshop konden doen.

Dus verdeelden we ons team, gelukkig vier man sterk. In de ene klas vertelden jongeren over wie hun held was. Een meisje was idolaat van Ronaldo, omdat hij het als jongen uit een arme wijk tot topvoetballer geschopt had. Een ander meisje hield het bij haar moeder, omdat ze zoveel dingen tegelijk kon doen. Een jongen vertelde over de profeet Mohamed, die zijn voorbeeld was. In de andere klas leerden ze hoe belangrijk het is om jezelf goed te presenteren en contact te maken met de luisteraar.

‘Ongelofelijk, wat jullie gedaan hebben,’ zei de coördinator die ons uitnodigde, toen we na afloop nog even in de docentenkamer zaten. ‘Deze kinderen zijn zeer verlegen en praten zelden over zich zelf. En het lukte jullie om ze in een half uur opener te krijgen!’

Wij glimlachten, op onze beurt verlegen. Ik besefte dat het vooral Anas was die de kinderen bereikte. Maar wel op basis van de technieken die we de afgelopen jaren hebben verzameld en ontwikkeld.

Misschien was dit voor mij wel een van de meest indringende ervaringen op het gebied van het werken met storytelling. Volledig uit mijn comfort zone, zonder de taal te beheersen of een cultuur echt goed te kennen of te begrijpen, toch te werken met de kracht van verhalen en met je eigen ogen te zien dat het onmiddellijk effect heeft.

Nu kan ik alleen maar hopen dat het ook effect heeft. Dat deze jongeren, die op alle fronten moeten vechten voor hun eigenwaarde en bestaan, nu iets meer vaardigheden hebben om staand te blijven en hun droom na te jagen. Om hun eigen held te worden.

Arjen Barel, januari 2017