Is moeilijk

Ik houd een glas omhoog en vraag: ‘Wat is dit?’
‘Is moeilijk,’ antwoord F.
‘Dat weet ik, maar hoe heet dit voorwerp?’ vervolg ik.
‘Is moeilijk,’ herhaalt F.
‘Ja ik weet dat het moeilijk is,’ ga ik door. ‘Maar dit is een glas, zeg me na: Glas.’
​‘Glas,’ zegt F. Om er meteen aan toe te voegen: ‘Is moeilijk.’

Een maand voor deze dialoog zitten we, Hester Tammes en ik, om tafel bij een welzijnsorganisatie in Amsterdam. Op basis van een aan aantal ervaringen, onder meer in het Europese Aladdin project, hebben we het plan opgevat om door middel van het vertellen en luisteren naar verhalen mensen te helpen bij het verwerven en versterken van de Nederlandse taal. Er wordt onmiddellijk enthousiast gereageerd op ons plan. Er is een groep waarbij dit ook goed zou kunnen aanslaan: een aantal mannen, vluchtelingen en oudkomers, dat moeite heeft met de reguliere lesmethodes in de Nederlands als tweede taal (NT2) curricula. Vaak omdat ze zelf nauwelijks onderwijs hebben genoten en dus nooit geleerd hebben om rijtjes te stampen en woorden te leren. Sommigen zijn vrijwel analfabeet. Anderen komen iets verder.

Ruim drie maanden geleden maakten we kennis met de mannen. Twee begin twintigers uit Eritrea, nog maar nauwelijks meer dan een jaar in Nederland. En wat oudere heren, zogenaamde oudkomers, zoals meneer R. Die is al 29 jaar in het land, maar heeft nooit de taal echt hoeven leren. Ja, op zijn werk, een beetje. Maar nu hij geen werk meer heeft en op zoek is naar een nieuwe baan breekt hem dat op. We wisten onmiddellijk dat we te maken hadden met een groep bijzondere mensen, maar toen we op les één eens lekker begonnen met het vertellen van een volksverhaal – De Dans van de Kraanvogel – zakte de moed ons meteen in de schoenen.

Vragende blikken vielen ons ten deel. Want hoewel het verhaal niet al te complex in elkaar zat, was dit echt te hoog gegrepen. Alles dat we zo mooi hadden verzonnen in de voorbereiding, kon eigenlijk regelrecht de prullenmand in. Iemand die niet veel meer in het Nederlands kan zeggen dan ‘is moeilijk’ kun je niet verder helpen met mooie sprookjes en volksverhalen uit de Nederlandse en hun eigen cultuur.

Omdat we niet van het type ‘de handdoek in de ring gooien’ zijn, besloten we onmiddellijk op zoek te gaan naar manieren om wel bij te dragen aan de taalversterking van de heren, op een niveau dat aansloot. We lieten daarbij het streven om met verhalen aan de slag te gaan niet helemaal los. In les twee namen we de verhalen dobbelstenen mee en gebruikten we die om de studenten zinnen te laten maken. We werkten aan simpele verhalen waar we woorden uit verwijderden , we introduceerden Jip en Janneke en lieten uiteindelijk de heren heel simpele verhaaltjes maken, over zichzelf of over een prinses die uit rijden ging. En stapje voor stapje zagen we verbetering in de taalvaardigheid van de deelnemers.

Maar ja, ben je dan nog met Storytelling bezig? Dat was de vraag die we onszelf na afloop stelden. Hadden we eigenlijk niet gewoon een ordinaire reeks taallessen verzorgd en was dat wel de ambitie die we hadden? Want hoopten we niet stiekem op het loskrijgen van mooie en meeslepende verhalen uit allerlei culturen? Verhalen die niet kwamen.

Terugkijkend gebeurde echter iets anders, zoveel werd ons ook in de evaluatie met de opdrachtgever duidelijk. Zij stelde dat er ze wel degelijk iets had zien gebeuren en dat de meeste heren grotere stappen hadden gezet dan dat ze ooit in een reguliere taalcursus hadden gedaan.

Daar nog even verder over nadenkend, begon ik te snappen hoe dat ook weer met Storytelling te maken heeft. Storytelling staat namelijk voor mij ook vertrouwen op jezelf en je niet afhankelijk maken van vooraf gestelde regels, maar juist in het moment en met je omgeving werken. Die omgeving bestond nu uit F. en meneer R. die samen met vijf andere mannen in een momentum van botsende werelden zitten. Op basis van heel eenvoudige verhalen, die zich soms beperkten tot één zinnetje, wisten zij een andere wereld te creëren, waarin ze wel met taal aan de slag durfden te gaan waardoor ze het Nederlands beetje bij beetje beter onder de knie kregen.

Kortom, een geslaagd project dat voor herhaling vatbaar is? Niet onmiddellijk. Het was beslist een moeilijk project. Maar ook een project dat uitdaagt om op voort te bouwen. Gebruik makend van storytelling en de principes erachter hebben we wel degelijk iets waardevols in handen om nieuwkomers en een enkele oudkomer nieuwe perspectieven te bieden op het gebied van het leren van taal. Met partners zijn we dat nu verder aan het ontwikkelen. Want zoveel heeft ons dit project wel geleerd: om daadwerkelijk een stevig programma neer te zetten is het te adviseren om met een in taal gespecialiseerde organisatie samen te werken.

En F.? Voor hem bleef het moeilijk. Maar na drie maanden deed hij wel zijn best om honderduit te praten. Want een verhaal dat heeft hij en ik verwacht dat we dat over een niet al te lange tijd in bijna vloeiend Nederlands gaan horen. Dan is het opeens niet zo moeilijk meer!