Straatschoffies ontmoeten jankende bejaarden

Jongeren en ouderen. Twee groepen die steeds verder van elkaar verwijderd lijken te raken, zeker als het niet om de eigen familie gaat. Want oma of opa is tof, maar een oudere die voor je in de rij staat bij de kassa is lastig en langzaam. En de kleinkinderen zijn de liefsten van de hele wereld, maar een schoffie op straat is vooral eng en een potentiele zakkenroller.

Tuurlijk, dit klinkt allemaal heel stereotiep. Maar stereotypes komen niet uit de lucht vallen. In de gesprekken die we in de buurt voeren ontdekken we steeds dat dit soort beelden wel degelijk leven. In Amsterdam Nieuw-West, de wijk waarin we veel aan het werk zijn, bestaat er een grote angst van ouderen ten opzichte van jongeren. Die laatsten trekken zich misschien niet zoveel van de oudere generatie aan, en weten niet wat de ouderen in hun buurt bezig houdt.

Kortom, reden genoeg om ouderen en jongeren bij elkaar te brengen en kennis te laten maken door middel van verhalen. Dus initieerden we de afgelopen maanden twee zogenaamde intergenerationele projecten, waarvan we er één graag willen uitlichten.

Een heel spannend project, dat het onderdeel uitmaakt van het Europese Aladdin project waarvoor we een opdracht meekregen. Ouderen moesten jongeren door middel van verhalen coachen in ondernemerschap. Leiderschap, luisteren en presentatie waren daarbij de kernbegrippen.

Laat ik beginnen met iets recht te zetten. Ik heb het hier over ouderen. Maar wat zijn ouderen tegenwoordig? Bij de voorbereidende workshop werd ik geconfronteerd met een groep uiterst energieke 50-plussers. Je kunt veel over de groep zeggen, maar het label ouderen paste hen niet. Senioren misschien wel, maar zelfs dat klonk al op de rand. Ervaringsdeskundigen met een zekere levenswijsheid zou wellicht de beste omschrijving zijn.

En de jongeren? Die hadden het label hardcore. Jongens uit Geuzenveld die vooral de taal van de straat spreken. Jongens die niet in de makkelijkste omstandigheden en beslist niet met een gouden lepel in de mond opgroeiden. Kortom, het soort van jongens waar je met een grote boog omheen zou lopen….. als je in labels gelooft. Als je namelijk iets verder kijkt ontmoet je een groep fantastische, gemotiveerde en sterke jonge mensen.

En daar kwamen onze ervaringsdeskundigen met levenswijsheid ook snel achter. Het was even schrikken toen we midden in Geuzenveld uit de auto stapten, in een omgeving die niet iedereen eerder gezien had. Maar de ontvangst bij het Jeugd Preventie Team, de organisatie waarvoor de jongeren werken, was hartelijk. Nouja, hartelijk… de jongens gaven iedereen beleefd een hand en dachten waarschijnlijk bij zichzelf: wat hebben we nu weer aan onze fiets hangen, benieuwd wat deze mensen hier komen vogelen. De spanning was ondertussen ook van de gezichten van de senioren te lezen.

Dat duurde echter maar kort. Want nadat we de hele groep gezamenlijk aan het werk hadden gezet in een storytelling oefening waarin we een pad door een door ons gecreëerd mijnenveld moesten vinden, luisterden de jongeren naar de verhalen van de senioren. En ze waren geboeid. Geraakt. En onmiddellijk kwamen hun eigen verhalen naar boven.

De tweede week gingen we daarmee aan de slag en het was ongelofelijk hoe open de jongens hun verhalen durfden te delen met mensen die ze pas een paar uur kenden. Er ontstonden sterke verbindingen, gebaseerd op een schijnbaar volledig vertrouwen. Er werden zelfs telefoonnummers en emailadressen uitgewisseld.

De derde week stelde één van de jongens: ‘Ik ben boos.’ We schrokken even. ‘Ik ben boos omdat dit de laatste keer is,’ vervolgde hij. Even ervoor had hij een hartverscheurend verhaal verteld over hoe hij had moeten vechten om te komen waar hij nu naar op weg is. Een verhaal waarin hij ook zijn zwakheden durfde te benoemen, maar waarin vooral zijn enorme kracht naar voren kwam. Zoals dat ook het geval in de verhalen van de anderen.

Eén van de levenswijsheidscoaches kreeg natte ogen toen ‘haar’ jongen zijn verhaal vertelde. Na afloop kwam hij meteen naar haar toe. ‘Sorry dat ik u aan het huilen heb gemaakt.’ Het enige wat zij kon uitbrengen was: ‘Dank je. Dank je dat je me aan het huilen hebt gemaakt.’

Wie kan na zo’n ervaring nog in labels denken? Wie durft nog in termen als angst voor elkaar te geloven? En wij zijn beslist geen tovenaars. Integendeel. We nodigen mensen alleen maar uit om naar elkaars verhaal te luisteren en elkaar te helpen met het zoeken naar het eigen verhaal. Hoe damn eenvoudig kan het zijn?