Vertrekken vanuit stilte

Storytelling draait om het woord. We delen verhalen en doen dat over het algemeen verbaal. Je merkt dus dat in de storytelling wereld het woord centraal staat en als er gediscussieerd wordt dan gaat dat doorgaans over het woord of de volgorde waarin woorden zinnen vormen en die zinnen vervolgens weer verhalen maken. Storytelling wordt in die zin vaak gezien als een talig fenomeen en schurkt daarmee volgens velen, vooral ‘buitenstaanders’, tegen literaire voordracht aan.

Ik vind het jammer dat er soms zo naar storytelling gekeken wordt. Voor mij heeft storytelling – in ieder geval de theatrale variant - namelijk weinig met literaire voordracht te maken. Ik beschouw storytelling als een pure vorm van theater. Dat betekent dat het ook nauw verbonden is met theatrale middelen – tekensystemen zoals die in de Theaterwetenschap genoemd worden - waarvan tekst er slechts één is. Het gaat evenzeer over beweging, licht, geluid, kostuum en niet te vergeten de manier waarop tekst gezegd wordt. Laten we het simpelweg spel noemen. Ik kom hier binnenkort, in een volgend blog, op terug.

Ik wil het nu namelijk hebben over stilte.

Stilte staat haaks op het woord. Als er verteld wordt dan is er geen stilte.

Maar om de woorden heen is er weldegelijk stilte. Ieder goede verteller is zich bewust van die stilte en gebruikt ‘m in zijn of haar voorstelling. In onze trainingen leggen we ook vaak de nadruk op het gebruik van stilte, die wij dan pauzes noemen. ‘Laat even een stilte vallen, om dit moment te benadrukken,’ zeggen we dan. Of: ‘Geeft de luisteraar de tijd om wat hij of zij gehoord heeft even te laten zakken of te laten verwerken.’

In deze gevallen wordt de stilte gereduceerd tot een praktische noodzakelijkheid. Ook een belangrijke noodzakelijkheid, omdat hij de luisteraar in staat stelt om het verhaal te blijven volgen. Maar het woord noodzakelijkheid verwijst de stilte naar het tweede plan. En door ernaar te refereren met het woord pauze, impliceren we al dat de stilte een noodzakelijk kwaad is rondom de woorden die we gebruiken. Die komen op de eerste plaats en de stilte moet genoegen nemen met een bijrol.

De afgelopen tijd, werkend aan vertelvoorstellingen, ben ik daar echter over na gaan denken. Dit kwam vooral door een ontmoeting met een Nederlandse componist die met name in Japan een grote bekendheid geniet en daar om die reden ook vaak is. Hij maakte mij bekend met het Japanse begrip Ma.

Ma kan vertaald worden naar ‘leeg’, 'ruimte’, leemte’, of als 'ruimte tussen twee structurele delen’. Er wordt ook naar verwezen met de omschrijving negatieve ruimte.

Ma kan het best omschreven worden als een notie van plaats, eigenlijk de simultane bewustwording van vorm en niet-vorm dat voortvloeit uit de intensivering of verdieping van de visie.

Eigenlijk impliceert Ma een volledige omdraaiing van de interpretatie van onze omgeving. Wij zijn geneigd om alles te zien en op waarde te schatten vanuit zichtbare objecten. In een ruimte staan een stoel en een tafel, en daartussen is leegte. Maar je kan het ook omdraaien en vanuit de ruimte kijken. De stoel en de tafel worden aan het geheel toegevoegd. Vorm en niet-vorm vormen samen een geheel en zijn volstrekt gelijkwaardig aan elkaar.

De ruimte – niet vorm - is in mijn ogen de context, de omgeving en soms ook de samenleving. Het ondefinieerbare, de optelling van codes, waarden en identiteiten. Het onzichtbare, dat minstens zo bepalend is als het zichtbare. Want het is beslist een misvatting te denken dat niet vorm ook voor staat het niets, net zomin als stilte dat doet.

Als we dat nu eens vertalen naar een (vertel)voorstelling. Dat zou betekenen dat de woorden een toevoeging aan het geheel zijn. Het zijn de objecten die geplaatst worden in de lege ruimte, de ruimte die zelf al vol betekenis zit. Feitelijk houdt dat in dat de stilte het vertrekpunt is en in het werkproces de woorden aan die stilte worden toegevoegd om zo meer verdieping te genereren.

Ik besef me dat dit uitdagend is voor kunstenaars voor wie het woord zo belangrijk is. Dit gaat immers veel verder dan hier en daar een stilte laten vallen. Waarbij het overigens niet gezegd is dat we alleen maar verstilde voorstellingen krijgen als we deze denkwijze volgen. Integendeel, dat zou een platte versimpeling zijn van het concept. Maar ik denk wel dat het andere voorstellingen kan opleveren en aanzet geeft tot een zoektocht naar een nieuwe verdieping van het woord en het verhaal in het theater.

Ik ga in ieder geval de uitdaging aan en probeer in de komende voorstelling die ik ga maken de stilte als startpunt te nemen. Ik heb nog geen flauw idee waar dit toe gaat leiden en ik ben ook benieuwd of het publiek onmiddellijk een verschil merkt tussen deze nieuwe en de wat oudere voorstellingen. Maar ik ervaar het op een andere manier naar de verhouding tussen woord en stilte kijken nu al als een verrijking die best wat kan opleveren.