'Empathie is invoelen. Daar gaat het om'

Interview Arjen Barel over zijn nieuwe boek ‘Storytelling en de wereld’

Onze directeur Arjen Barel schreef een boek over toegepaste storytelling: ‘Storytelling en de wereld’. Hij vertelt waarom dit boek zich onderscheidt van andere boeken over storytelling, voor wie het bedoeld is en waarom je het zou moeten lezen.

Waarom heb je dit boek geschreven?
Afgelopen zes jaar heb ik een interessante reis gemaakt langs verschillende plekken, ook letterlijk op de wereld, met veel verschillende mensen. In die reis heb ik geleerd hoe we met het delen van verhalen iets teweeg kunnen brengen. Dat je er gedragsverandering mee kan creëren en daardoor sociale impact. Ik merkte aan de ene kant dat ik dit met meer mensen wilde delen, dit boek is deels dus ook een verslag van die reis. Maar het is ook een handboek. Om andere mensen te faciliteren om die reis ook te maken. Wij, van Storytelling Centre, hebben veel ontwikkeld in die zes jaar. In het laatste hoofdstuk staat onze methode. Die helpt om bezig te gaan met storytelling en het delen van verhalen. Om daarmee mensen en communities te helpen, versterken en uiteindelijk zo een bijdrage te leveren aan ­– en dat klinkt heel corny – een betere wereld. Daarmee bedoel ik vooral dat mensen meer zichzelf moeten kunnen zijn en zich gehoord moeten voelen. Waardoor ze positiever in het leven staan. Als een persoon of een groep mensen zo in het leven staat of staan, levert dat betere dynamieken op in de samenleving. Dat was eigenlijk de belangrijkste reden om het boek te schrijven.

Daarnaast stoorde ik me soms ook aan het feit dat veel van wat er tegenwoordig over storytelling geschreven en gezegd wordt erg beperkt is. Het gaat dan alleen over hoe mensen met hun woorden en verhaal andere mensen kunnen overtuigen. Daar gaat storytelling wat mij betreft niet om. Ik heb het eigenlijk liever over storysharing; het delen van verhalen.

Heb je het dan over dat storytelling nu vaak in marketing wordt gebruikt, met enkel en alleen als doel om te verkopen?
Ook, ja inderdaad. En dat zie ik dan toch vooral als een hype. Ze doen exact hetzelfde als  een aantal jaar geleden maar geven het een andere naam. En over vijf jaar noemen ze het weer anders. Maar ook daarnaast zie ik, en dat benoem ik ook letterlijk in het boek, dat in veel boeken die ik gelezen heb over storytelling Steve Jobs als een van de grootste storytellers van onze tijden wordt genoemd. Niks ten nadele van Steve Jobs, die natuurlijk een markant persoon was, maar hij was niet per se een storyteller. Hij was aan het zenden en niet zozeer verhalen aan het delen. Ik vind het jammer dat je alleen dat soort verhalen leest als het over storytelling gaat. Het gaat over Steve Jobs, Madonna, de oprichter van de IKEA, et cetera. Mensen die in staat zijn een goed verhaal over hun eigen leven te maken en te verkopen. Maar het gaat mij om dat mensen één mentale ruimte delen, op basis van verhalen. Die verhalen helpen om die mentale ruimte te creëren. In het eerste hoofdstuk van het boek leg ik uit hoe je daartoe komt. Het heeft te maken met sympathie maar vooral met empathie. Hoe creëer je dat en welke tools heb je daarvoor nodig? Het maken en delen van verhalen is eigenlijk een hele eenvoudige tool om samen in die mentale ruimte te komen. Op het moment dat je daar bent is er sprake van begrip, kun je naar elkaar luisteren, elkaar helpen, ondersteunen en begrijpen. Wat niet hoeft te zeggen dat je het altijd met elkaar eens moet zijn, dat is helemaal niet waar we naar streven. Maar, dan is er een verbindend gevoel. En dat is heel belangrijk om op voort te bouwen. Zowel in ons werk in persoonlijke groei, als in conflicttransformatie en sociale impact.

Kun je een voorbeeld noemen uit de praktijk? Iets wat je recent nog hebt meegemaakt?
Het mooiste voorbeeld staat ook in het boek en dat is hoe we met jongeren en ouderen in Amsterdam-Noord werkten. Deze twee groepen stonden lijnrecht tegenover elkaar en er was heel veel spanning. Niets leek hen nader tot elkaar te brengen. Toen werden wij ingeschakeld. Door het delen van verhalen – en in dit geval verhalen over jeugdzonden –kwamen die twee groepen elkaar tegen in dezelfde mentale ruimte. Een jongere reageerde op het verhaal van een oudere bij wijze van spreken met: ‘o, ik heb ook in de gevangenis gezeten, drie weken geleden nog’. Ze speelden als het ware allebei dezelfde film af en waren bezig aan hetzelfde verhaal. Er ontstond een ruimte van begrip en herkenning.

Belangrijk daarin is de heilige overtuiging dat het verhaal zich alleen maar in het hoofd van de luisteraar afspeelt. Hij is bijna belangrijker dan de verteller. De verteller levert alleen maar woorden en beelden. Op het moment dat die iets vertelt waar de luisteraar zich toe kan verhouden gaat er iets spelen en dan komt er connectie. Als ik iemand vertel over die nacht dat ik dronken van mijn fiets stapte en neerviel, waarna ik vervolgens in de politiecel terechtkwam, en dat is iemand die daar ook ervaring mee heeft gehad, dan heb je een connectie. En die leg je heel vaak want we herkennen veel in elkaar. Als ik vertel over de struggle met het verlies van een naaste, biedt dat onmiddellijk herkenning voor iemand anders. Want bijna iedereen verliest nu eenmaal iemand. Als ik vertel over de dood van mijn oma, wil dat niet zeggen dat je mijn situatie herkent, want je kende mijn oma niet. Maar je herkent wel de dood van jouw oma. Je hebt diezelfde emotie. En dan ben je in één mentale ruimte en heb je hetzelfde soort gevoel.

Maar als je dat nou aan iemand vertelt die nooit iets heeft gehad met oma’s? En die niet verdrietig was toen ze overleden?
Dan heb je een gesprek. Ook dat is connectie. Want verschil kan ook connectie zijn. Als ik vertel over het overlijden van mijn oma, brengt dat een herinnering bij die ander naar boven. Dat kan zeker een andere herinnering zijn. Maar het is wel een herinnering, een gevoel. Misschien dat die ander dan reageert met: ik had eigenlijk niets met mijn oma. En dan reageer ik misschien weer met een herinnering over toen een vriend van me overleed, en dat het me eigenlijk niet zoveel deed. Er gebeurt dan wel iets. En je bent als het ware met elkaar verbonden. Het gaat dus inderdaad niet om exact dezelfde gevoel en het kan ook nog zijn dat die ander aan zijn buurvrouw denkt als ik over mijn oma vertel. Wij geloven niet in de eenvormigheid daarin. We geloven dat je niet hetzelfde hoeft te denken en voelen, maar je moet wel met elkaar meevoelen. Empathie is invoelen. Daar gaat het om. En ook dat besef van invoelen gaat vanuit je eigen herinnering. Als jij een verhaal hoort waarmee je niet kan connecten dan heb je moeite om empathie op te brengen. Maar als ik iets vertel en daar ook emoties inbreng dan zijn er meestal wel haakjes waaraan je wel kan aanhaken.

Ik merk het als ik in Palestina ben geweest. Dat kan heftig zijn. Niet zozeer in de zin van dat je constant moet vluchten voor kogels of bommen. Helemaal niet zelfs. Maar de verhalen die je soms hoort zijn heel intens. Ik merkte dat je er deels ook niet mee kan verbinden. Ik was in het noorden van de Westbank. Het was avond. We hadden een fles whisky gescoord. Een jongen vertelde een aantal verhalen. Die waren echt heftig. Hij vertelde dat hij thuiskwam en – ik weet niet meer of het nou huisgenoten waren of familie was – iedereen was doodgeschoten. En dan luister je en je roept ‘ja en amen’ maar op dat moment connecte ik niet, omdat het zo buiten mijn emotionele wereld was dat ik me niet kon invoelen. Maar als die jongen me over zijn verdriet had verteld had ik dat wel kunnen doen. De feiten en de gruwelijkheden deden me eigenlijk niets. Maar als hij de pijn die hij had gevoeld beschreven had, dan had het me wel iets gedaan. Daar heb ik het aan het begin van het boek over: het persoonlijke, emotionele en universele domein. Wat hij deed was eigenlijk alleen het universele domein, alleen de feiten, beschrijven.

Hij deed dat helemaal zonder emotie?
Ik voelde zijn emotie niet. Ook omdat die misschien te groot was. Als hij het persoonlijke meer toegelaten had – wat misschien voor hem te vers was – dan had hij wel met mij verbonden. Want het verlies, verdriet, de shock, dat herkende ik natuurlijk ook. Omdat iedereen dat wel eens meemaakt. Dit gruwelijke verlies van vijf mensen kan voor mij refereren aan het veel minder gruwelijke verlies van misschien één persoon uit mijn leven. Maar, dan verbind je wel. Daar hebben we tools voor ontwikkeld, om dat op gang te brengen. Daar doe ik in het boek ook verslag van.  

Waar komt nog meer inspiratie voor je boek vandaan?
Ik heb geput uit praktijkvoorbeelden die ik eerder heb geschreven, die ook al eerder als blogs op de site zijn verschenen. En uit wat we de afgelopen zes jaar hebben opgebouwd. Het is niet allemaal nieuw in die zin dat ik het nu heb geschreven. Ik haalde ook heel veel uit colleges, workshops en lezingen die ik heb gegeven. Dat heb ik samengevat in een overzichtelijk en lekker leesbaar boek wat mensen hopelijk inspireert om zelf met het delen van verhalen aan de slag te gaan.

Voor wie is het geschreven? Welke mensen moeten dit boek echt lezen?
Dit boek is voor alle mensen die met groepen werken. Dat kunnen allerlei verschillende soorten groepen zijn. Bijvoorbeeld een groep mannen in een sociaal isolement, waar wij mee werken. Maar ook een groep vrouwen, jonge moeders of studenten. Het kan ook de afdeling van een bedrijf zijn. Ik richt me niet letterlijk op bedrijven, het gaat niet over corporate storytelling. Het marketingverhaal vind ik niet zo heel erg interessant. Maar binnen bedrijven kun je met het delen van verhalen verhoudingen verbeteren, zorgen dat mensen elkaar beter leren kennen en daarmee een goede werksfeer creëren. In een goede werksfeer of leeromgeving is het beter leren. Ik zou bijna zeggen in een veilige werk- en leeromgeving. Die veiligheid kun je creëren door het delen van verhalen.

Veel voorbeelden uit het boek komen uit het sociaal maatschappelijke domein. Dat is ook het domein waar wij veel in actief zijn en ook willen zijn, want wij vinden het juist leuk om met de straat te werken. Daar krijgen we ook veel voldoening uit. Maar dat wil niet zeggen dat we niet vaak één op één te gebruiken zijn in andere groepen, zoals bijvoorbeeld groepen advocaten die anders willen leren communiceren met hun doelgroepen. We hebben dat bij een groot advocatenkantoor gedaan. Ze hebben het nog steeds over die workshop. Ik heb iets geopend bij hen. Dat gaat natuurlijk wel veel over communicatie en minder over persoonlijke groei. En het is best commercieel. Maar ook, ik ben met ze bezig geweest met de vraag: ‘hoe laat je nou iets van jezelf zien als je iets uitlegt?’ Hoe zorg je dat die ander dat beter begrijpt? Eigenlijk is dat exact hetzelfde als wat we met docenten op het MBO doen. Het gaat erom dat je in diezelfde mentale ruimte te komt. Dan is er een veel betere overdracht van kennis. Op het moment dat de advocaat in dezelfde mentale ruimte zit als de cliënt dan snappen ze elkaar. Als zij zich verbergt achter jargon en wetteksten is er de kans dat een cliënt, zeker als hij niet dezelfde kennis heeft, alles voor waar aanneemt en het eigenlijk niet echt begrijpt. Als een docent in dezelfde ruimte als z’n studenten kan komen – en dat betekent niet dat je hey yo bro moet gaan zeggen – maar als je iets persoonlijks of zelfs emotioneels deelt, dan zal de student daarin meegaan. Want die herkent dat. Als die docent bijvoorbeeld pissed is omdat hij de bus gemist heeft en dat ook deelt dan zit hij in de belevingswereld van die student.

Kunnen mensen van bedrijven en andere instanties dan het boek lezen en daarmee aan de slag gaan?
In een workshop is de facilitator heel belangrijk. In de tweede helft van het boek staan oefeningen. Daar moet een goede facilitator mee aan de slag. Die kan goed luisteren, begrijpt ook echt wat verhalen kunnen doen. Daar heb je best een aantal jaren ervaring voor nodig. Er zijn mensen die snel een goede training kunnen geven. Die kunnen dit boek als inspiratie gebruiken en samen met anderen ook die mooie reis maken die ik en wij van Storytelling Centre de afgelopen tijd maakte(n).

Op 25 januari is er een prepresentatie over ‘Storytelling en de wereld’ bij het Vertel Event 2020 in Culemborg.
De Amsterdamse presentatie is anderhalve week later.
Het boek is bij alle boekhandels en internetboekhandels te krijgen.

Benieuwd hoe wij onze storytelling-methode inzetten in conflictgebieden of ter bevordering van sociale cohesie in de conflictgebieden? Kijk bij onze projecten of neem contact op.

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *