Erik met 'zijn' Gouden Mannen
Erik met 'zijn' Gouden Mannen (derde van links) foto van Huub Zeeman

‘Gouden Mannen zorgen voor ontmoetingen’

Interview Erik Bout van Gouden Mannen

Af en toe vragen mensen ons: ja maar, wat doen jullie dan precies? Dan zeggen we dat we met de kracht van verhalen willen zorgen voor verbinding, persoonlijke groei en sociale impact. Maar om het echt goed uit te leggen kun je het beste een voorbeeld nemen. Ons project Gouden Mannen is zo’n voorbeeld. We spraken met Erik Bout, die werkt met de Gouden Mannen en ontzettend bevlogen en enthousiast hierover kan vertellen.

  1. Kun je wat meer over jezelf vertellen? Wie ben je, wat doe je?
    Ik ben voorzitter van de stichting Gouden Mannen. Ook heb ik een eigen bedrijf: High Impact Partners. En high impact staat voor dat je mensen die geld hebben adviseert hoe ze dat het beste kunnen uitgeven, met een maatschappelijk rendement als gevolg. Dat doe ik deels. Ongeveer 2 a 3 dagen in de week. Voor de rest ben ik bezig met direct mensen helpen, en de Gouden Mannen is daar een voorbeeld van. 
     
  2. Hoe is het project ‘Gouden Mannen’ ontstaan?
    Het project heeft als doelgroep 55-plus mannen met een migratie-achtergrond, die allemaal iets van een probleem hebben. Dat kan sociaal zijn omdat ze eenzaam zijn of in de war. Of economisch, omdat ze zijn gemarginaliseerd. Bijvoorbeeld omdat ze heel weinig inkomen hebben. Of dakloos zijn. Of een combinatie van dat soort dingen. Die eigenlijk allemaal een beetje in het verdomhoekje van de samenleving terecht zijn gekomen. Voor die categorie mannen was er geen goed maatschappelijk werk en geen hulpverlening. Het Gouden Mannen-programma biedt op een hele laagdrempelige manier een sociale context. Het onderdeel waar Storytelling Centre zich mee bezighoudt is het trainen van mensen in het vertellen van hun eigen verhaal. En in het luisteren naar het verhaal van iemand anders. En daar gebruiken we hele simpele technieken voor. Namelijk ervoor zorgen dat je je eigen verhaal goed vertelt, maar ook dat je andere mensen leert vragen stellen. En nog veel belangrijker: ook vervolgvragen. Het stellen van die vervolgvragen testen we in een groepssetting. We vragen iemand die vervolgvragen te presenteren.
    Je moet je voorstellen dat mannen in groepjes van 2 elkaar vragen: wat was een mooie dag uit je jeugd? Iemand vertelt dan bijvoorbeeld over een dag dat hij met z’n gezin naar het strand ging. De vervolgvraag is dan: Waar woonde je ten opzichte van het strand? ‘Nou op 40 minuten lopen.’ En: Hoe gingen jullie dan? ‘Met 3 families. Mijn moeder had lekkere dingen gemaakt. Maar dat was een hele strenge vrouw dus daar bleven we allemaal een beetje bij uit de buurt. En mijn vader was een hele lieve man en die speelde tijdens de tocht allemaal spelletjes met de kinderen. En dan kwamen we langs een vijgenboomgaard en we plukten vijgen om toe te voegen aan de picknickmand. We zongen Arabische liedjes. Uiteindelijk kwamen we bij het strand, we doken meteen in het water maar niet te ver want we konden allemaal niet zwemmen.’ En zo krijg je een hele omschrijving van die tocht en dat is anders dan een hele sobere omschrijving van een dagje strand. Door de interactie tussen een vragensteller en degene die zijn verhaal omschrijft zoek je de verdieping op. Zo kleur je allerlei elementen goed in. Die inkleuring gebeurt door omschrijving van gebeurtenissen. Maar ook van omstandigheden, geuren en kleuren. Het levert erkenning op voor degene die het verhaal vertelt. En het zorgt ervoor dat de vragensteller die vervolgvragen heel goed leert stellen.

  3. Wat is precies jouw rol in het project?
    Ik ben facilitator. Storytelling Centre faciliteert bij het trainen van verhalen. Wij zorgen ervoor dat het proces op gang komt en wij bewaken het proces.  Dus als mensen nog niet in staat zijn – want je zult verbaasd zijn hoe gebrekkig de vragensteltechnieken van sommige mensen zijn, en dat zijn echt niet alleen mensen met een migratie-achtergrond, dat is overal – om verdiepende vragen te stellen, dan helpen wij ze. 

  4. Hoe bereik je deze mannen?
    Die worden aan het Gouden Mannen-programma doorverwezen door allerlei hulpinstanties. Dat kan zijn maatschappelijk werk in de wijk zijn, de sociale dienst of dienst participatie en inkomen. Door huisartsenposten of psychologen. In het basispakket zit soms niet echt psychologische hulp. Je mag dan 2 tot 5 keer naar de psycholoog en dan houdt het op. Stiekem is wat we bij de Gouden Mannen doen bijna een soort van groepstherapie. Zo mag je het niet noemen want we zijn geen psychologen, maar het levert heel veel op. Vooral het storytelling-component zorgt voor actualisatie van de groepsdeelnemers.

  5. Wat maakt dit project succesvol?
    Mensen voelen zich weer gezien. En ze voelen door die erkenning van wie ze zijn ook ineens weer de urgentie om anderen te erkennen in wie ze zijn. Je krijgt een versteviging van het groepsgevoel. We hebben nu 4 groepen gedaan in dit programma dus we zijn nog maar net bezig, maar we kunnen wel vaststellen dat dat het effect ervan is. Die mannen laten elkaar niet meer los en blijven elkaar ook opzoeken. Ze verzinnen dan een activiteit om elkaar te kunnen blijven zien. Ze gaan bijvoorbeeld met elkaar koken. Voor de hele wijk. Iedereen is dan welkom. De opkomst is ergens tussen de 25, 30 mensen. Dat is dan heel gezellig. En de mensen die komen, die niet tot die groep behoren, die worden dan door de mannen een beetje meegenomen in het vertellen van de verhalen. Dat is wel een anker wat wij er dan aan proberen te verbinden. Als je gaat koken, zorg dan wel dat het ergens over gaat. De technieken die ze hebben geleerd moeten ze dan ook toepassen bij die kookavonden. Dus stel vragen en vervolgvragen, en probeer dan te presenteren wat je hoort. En leer dat ook aan andere mensen. Ze realiseren zich niet echt dat dat de opdracht is, maar het is wel het effect wat dit Gouden Mannen-project heeft na de uitstroom.

  6. Zijn er ook moeilijkheden, dingen die niet lukken?
    Het programma duurt 60 weken. Mensen krijgen trainingen aangeboden van ongeveer 3 uur per week. Dus ze zitten anderhalf jaar in het programma. De laatste 20 weken houden ze zich bezig met de storytelling-training. Daarna zijn ze klaar. Dan is er officieel geen begeleiding meer. Maar na die 60 weken kunnen ze niet zelfstandig door. Ze hebben daar nog begeleiding bij nodig. Binnen de financiering is daar geen ruimte voor. Storytelling Centre doet dat nu als vrijwilligerswerk. Dat is heel intensief, want ze hebben toch nog wel dezelfde aandacht van een begeleider nodig. Bijvoorbeeld bij koken voor een groep van 30 mensen. Dat kunnen ze wel maar niet zonder hulp. We zijn er nu over aan het nadenken; hoe kunnen we na de uitstroom zorgen dat er context blijft. Iemand moet dat leveren. Het is niet vanzelfsprekend dat die groep dat al kan in 60 weken. Wij kunnen niet alle groepen vrijwillig blijven runnen. Er zijn veel goede organisaties in Amsterdam, maar zijn weinig faciliteiten voor groepen. Deze mannen willen bij elkaar blijven. Begeleiding van een groep moet worden erkend als iets dat verschil kan maken. Dat koken voor de buurt is heel zinvol. En de buurt vindt het ook heel leuk. Er komen allerlei verschillende mensen, echt niet alleen met dezelfde migratie-achtergrond. Van de wat hoger opgeleide bewoners tot de stadsimker, een Marokkaanse man die in een binnentuin allerlei bijen houdt. Het trekt een heel divers publiek aan en ik vind dat maatschappelijk heel relevant. Gouden Mannen zorgen voor ontmoetingen.
  1. Kun je een voorbeeld noemen van een verhaal dat je echt bij is gebleven?
    Het is een lawine van verhalen die me bijblijft. Het is waanzinnig wat er allemaal gebeurt. Het zijn niet allemaal leuke verhalen maar wel bijzondere verhalen. Dat kan gaan over hoe een man als jongetje van 11 terechtkwam op een vissersboot. Op een open sloep waar ze met dynamiet visten op de Middellandse Zee. Het ging er ongelooflijk ruig aan toe. Hij werd geschopt, geslagen en misbruikt. Afschuwelijk dus en heel indrukwekkend. Ook zijn er de verhalen van mensen die lang op straat hebben gewoond, die vertellen over het oproepen van bosgeesten die ze ook daadwerkelijk hebben gezien. Van jonge vluchtelingen die krabben moesten zoeken op het strand en moesten overdragen aan het oudste jongetje, die ze ging verkopen op de markt en de buit niet eerlijk verdeelde. Het zijn verhalen uit de Filipijnen, Sri Lanka, Pakistan, Irak – van een jongen die voor zijn ogen heeft gezien hoe de loopgraven van Saddam Hoessein door Amerikaanse bulldozers werden dichtgegooid waardoor mensen levend werden begraven – en verhalen uit Syrië, Jordanië, Sudan Egypte, Libië, Marokko, Zuid Amerika, Suriname, Venezuela of Ghana. Die mannen komen overal vandaan. De voertaal is Nederlands. Dat is de taal die ze allemaal bindt. En ze vertellen de meest spectaculaire, dramatische, treurige, kleurrijke en prachtige verhalen. Ik vind het heel bijzonder om daaraan mee te mogen werken.

Benieuwd hoe wij onze storytelling-methode inzetten in conflictgebieden of ter bevordering van sociale cohesie in de conflictgebieden? Kijk bij onze projecten of neem contact op.

Share on facebook
Facebook
Share on google
Google+
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *